Generatieve AI wordt vooral gezien als een revolutie in software. Maar achter iedere AI-assistent, agent en intelligent bedrijfsproces staat fysieke infrastructuur. En juist daar voltrekt zich een ontwikkeling die voor bestuurders steeds relevanter wordt: AI verandert niet alleen welke hardware organisaties nodig hebben, maar drijft ook de prijzen van reguliere IT-infrastructuur omhoog.
De afgelopen vijftien jaar raakte hardware steeds verder uit beeld. Virtualisatie en cloud maakten het mogelijk om rekenkracht, opslag en netwerkcapaciteit als diensten af te nemen. Voor bestuurders werd de onderliggende server daardoor steeds minder relevant. AI draait die ontwikkeling gedeeltelijk terug.
Voor het trainen en gebruiken van AI-modellen zijn grote hoeveelheden rekenkracht nodig. Daarbij verschuift het zwaartepunt van traditionele CPU’s naar gespecialiseerde accelerators zoals GPU’s. Die vragen veel geheugen, snelle opslag, hoogwaardige netwerkverbindingen en aanzienlijk meer elektriciteit.
Het gevolg is dat niet alleen AI-servers veranderen. De enorme wereldwijde investeringen in AI beginnen de complete hardwaremarkt te beïnvloeden.
De AI-race drijft hardwareprijzen omhoog
Voor ondernemingen is dat misschien wel een van de meest onderschatte effecten van de AI-boom. Grote cloudproviders en technologiebedrijven bouwen wereldwijd AI-datacenters en kopen daarvoor enorme hoeveelheden GPU’s, geheugen en opslagcapaciteit. Fabrikanten verschuiven tegelijkertijd productiecapaciteit richting onderdelen waarop de AI-markt een beroep doet. Daardoor ontstaat schaarste op andere plekken.
Vooral geheugen is daarvan een duidelijk voorbeeld. TrendForce rapporteerde dat fabrikanten productiecapaciteit verschuiven richting High Bandwidth Memory (HBM) en servergeheugen. In het tweede kwartaal van 2026 werden daardoor prijsstijgingen van 58 tot 63 procent voor conventioneel DRAM en 70 tot 75 procent voor NAND Flash voorzien.
Ook Gartner ziet een uitzonderlijke ontwikkeling. Het onderzoeksbureau verwacht dat gemiddelde DRAM-prijzen over heel 2026 met 125 procent stijgen en NAND Flash zelfs met 234 procent. Betekenisvolle prijsverlichting verwacht Gartner pas richting eind 2027. Dat raakt veel meer dan alleen gespecialiseerde AI-systemen. Geheugen en flashopslag zijn immers basisonderdelen van vrijwel iedere server, storage-oplossing, laptop en pc. De AI-race kan daardoor indirect ook de prijs verhogen van infrastructuur waarop helemaal geen AI draait.
IDC ziet die ontwikkeling inmiddels terug in de servermarkt. In het eerste kwartaal van 2026 stegen de wereldwijde uitgaven aan servers met 30,7 procent ten opzichte van een jaar eerder, terwijl het aantal geleverde systemen slechts 3,3 procent toenam. Naast de snelle groei van kostbare GPU-systemen wijst IDC expliciet op schaarste en hogere prijzen van DRAM en NAND. IDC verwacht dat die situatie ten minste gedurende de eerste helft van 2027 aanhoudt. Hardwarebudgetten worden daarmee opnieuw een strategisch onderwerp.
Ook de werkplek wordt geraakt
Het effect blijft bovendien niet beperkt tot het datacenter. Gartner verwacht dat hogere geheugen- en SSD-kosten de gemiddelde pc-prijs in 2026 met ongeveer 17 procent kunnen verhogen ten opzichte van 2025. Het onderzoeksbureau verwacht mede daardoor dat bedrijven en consumenten apparaten langer blijven gebruiken en vervangingscycli worden uitgesteld. Voor een middelgrote of grote Nederlandse onderneming kan dat een aanzienlijk financieel effect hebben. Een organisatie die de komende jaren duizenden laptops, servers of storagecomponenten moet vervangen, kan geconfronteerd worden met een kostenniveau dat wezenlijk afwijkt van de budgetten die enkele jaren geleden zijn opgesteld.
Dat maakt lifecyclemanagement belangrijker. Het traditionele uitgangspunt dat nieuwe hardware bij iedere generatie vanzelf meer capaciteit voor ongeveer hetzelfde geld biedt, kan niet meer zonder meer worden aangenomen.
Meer rekenkracht betekent ook meer energie
Daarnaast heeft AI een fysieke consequentie die niet met extra budget alleen kan worden opgelost: energie. AI-systemen combineren krachtige accelerators in steeds compactere systemen. Daardoor stijgt het stroomverbruik per rack sterk en ontstaat aanzienlijk meer warmte. Traditionele luchtkoeling kan bij de zwaarste AI-systemen onvoldoende zijn, waardoor liquid cooling steeds belangrijker wordt. Voor Nederlandse organisaties is dat extra relevant vanwege de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet.
Een organisatie die AI-capaciteit in een eigen datacenter wil plaatsen, moet daarom niet alleen kijken naar de aanschafprijs van de servers. De werkelijke vraag is of de bestaande infrastructuur voldoende elektriciteit, koeling en netwerkcapaciteit kan leveren. De investering in AI-hardware kan daardoor ook investeringen in de fysieke datacenteromgeving noodzakelijk maken.
Alles naar de cloud lost het probleem niet automatisch op
De voor de hand liggende reactie is om dergelijke infrastructuur niet zelf te bouwen en AI volledig vanuit de publieke cloud af te nemen. Voor veel toepassingen is dat verstandig. Cloudplatforms bieden vrijwel onmiddellijk toegang tot gespecialiseerde AI-hardware zonder dat een organisatie zelf GPU’s hoeft aan te schaffen, koelen en beheren. Maar de rekening verdwijnt daarmee niet. De kosten verschuiven van CAPEX naar OPEX.
Wanneer AI-experimenten veranderen in toepassingen die dagelijks door duizenden medewerkers of klanten worden gebruikt, kan het verbruik snel groeien. Daarnaast spelen vragen rond privacy, intellectueel eigendom, dataresidentie en digitale soevereiniteit. De discussie wordt daarom minder zwart-wit dan ‘cloud versus eigen datacenter’. De relevantere vraag is: welke workload hoort waar thuis?
Sommige AI-toepassingen zullen uitstekend passen in de publieke cloud. Voor voorspelbare workloads, gevoelige data of toepassingen die continu grote hoeveelheden rekenkracht gebruiken, kunnen private infrastructuur, colocatie of gespecialiseerde AI-platformen economisch of strategisch aantrekkelijker zijn.
De goedkoopste server is niet noodzakelijk de goedkoopste oplossing
Daarmee verandert ook de manier waarop organisaties naar investeringen in hardware moeten kijken. Bij traditionele enterprise-infrastructuur was een afschrijvingstermijn van enkele jaren relatief voorspelbaar. Bij AI ontwikkelt hardware zich veel sneller. Nieuwe generaties accelerators leveren meer prestaties, maar stellen tegelijkertijd andere eisen aan geheugen, netwerk, elektriciteit en koeling.
Bestuurders moeten daarom niet uitsluitend naar de aanschafprijs kijken. De relevante maatstaf wordt de totale prijs van een workload gedurende zijn levensduur: hardware, cloudgebruik, energie, koeling, beheer, licenties en bezettingsgraad. Een goedkope infrastructuur die nauwelijks wordt benut kan duurder zijn dan cloudcapaciteit. Andersom kan een AI-workload die jarenlang continu in de cloud draait uiteindelijk duurder zijn dan eigen capaciteit. Juist daarom wordt capaciteitsplanning opnieuw belangrijk.
AI-strategie en infrastructuurstrategie groeien naar elkaar toe
De belangrijkste consequentie van de AI-opmars is uiteindelijk niet dat iedere onderneming een eigen GPU-cluster nodig heeft. Voor de meeste Nederlandse organisaties zal dat zelfs niet het geval zijn. AI zorgt ervoor dat rekenkracht, geheugen, opslag, energie en datacentercapaciteit opnieuw schaarse en kostbare bedrijfsmiddelen worden. De effecten zijn bovendien niet beperkt tot organisaties die grote AI-modellen bouwen. Door de wereldwijde vraag naar componenten kan ook reguliere IT-infrastructuur duurder worden. Dat maakt een aantal vragen plotseling relevant voor de bestuurskamer. Wanneer moeten we onze infrastructuur vernieuwen? Welke capaciteit willen we zelf controleren? Welke workloads brengen we naar de cloud? Hoe gevoelig is ons meerjarenbudget voor stijgende hardwareprijzen? En wat gebeurt er met onze kosten wanneer het gebruik van AI veel sneller groeit dan verwacht?
Organisaties hoeven daarvoor niet te voorspellen welke GPU of welk AI-model over vijf jaar dominant is. Ze moeten vooral voorkomen dat de infrastructuurkeuzes van vandaag hen over drie jaar beperken. In een markt waarin zowel technologie als hardwareprijzen uitzonderlijk snel veranderen, wordt flexibiliteit daarmee misschien wel het belangrijkste onderdeel van een toekomstbestendige AI-strategie.









