Cybersecurityrapport 2024: Stijging in dreigingen door Ransomware en Hacktivisme

Cybersecurityrapport 2024: Stijging in dreigingen door Ransomware en Hacktivisme

In het meest recente ENISA Threat Landscape-rapport, dat de cyberdreigingen in de EU onderzoekt, worden enkele verontrustende trends blootgelegd. Het rapport toont een aanzienlijke toename van cyberaanvallen, sterk beïnvloed door geopolitieke spanningen, met name door de voortdurende oorlog in Oekraïne en de opkomst van hacktivisme.

Volgens het rapport zijn ransomware en Distributed Denial of Service (DDoS)-aanvallen nog steeds de meest voorkomende vormen van cyberaanvallen, goed voor meer dan de helft van de gemelde incidenten. Daarnaast duidt het onderzoek op een toename van hacktivisme, aangewakkerd door politieke gebeurtenissen zoals de Europese verkiezingen.

Ransomware en DDoS: De Grootste Bedreigingen

Ransomware blijft een van de meest destructieve dreigingen. Bij deze aanvallen nemen criminelen controle over systemen en eisen losgeld om toegang te herstellen. Wat deze aanvallen nog gevaarlijker maakt, is de opkomst van meervoudige afpersingstechnieken, waarbij hackers ook dreigen gevoelige informatie openbaar te maken als er niet betaald wordt.

DDoS-aanvallen richten zich op het lamleggen van systemen door enorme hoeveelheden verkeer naar servers te sturen. Hoewel deze aanvallen al lange tijd bestaan, worden ze steeds verfijnder en vaker gebruikt. Bedrijven in de openbare administratie, transport en financiële sector zijn de meest getroffen, waarbij een derde van de DDoS-aanvallen zich richt op overheidsinstanties.

 

Hacktivisme en Geopolitieke Escalaties

De groei van hacktivisme wordt in het rapport nadrukkelijk benoemd. Hacktivisten, vaak aangedreven door politieke of ideologische motieven, worden steeds actiever, met name rond evenementen van nationaal of Europees belang. Deze groepen proberen hun boodschap te verspreiden door middel van cyberaanvallen, waarbij ze zich vooral richten op overheden en andere grote organisaties.

 

Kwetsbaarheden en Social Engineering

Een andere belangrijke bedreiging die in het rapport wordt besproken, is de uitbuiting van kwetsbaarheden in systemen en software. In de afgelopen verslagperiode werden bijna 20.000 nieuwe kwetsbaarheden geregistreerd, waarvan 9% als ‘kritiek’ werd beoordeeld. Bedrijven hebben moeite om deze kwetsbaarheden snel genoeg te patchen, waardoor aanvallers een open deur vinden.

Daarnaast blijft social engineering, vooral phishing, een effectieve methode voor cybercriminelen. Door misbruik te maken van menselijke fouten, lokken aanvallers medewerkers naar kwaadaardige websites of laten hen per ongeluk gevoelige informatie verstrekken. Phishingaanvallen richten zich vaak op bedrijven in de financiële sector, maar kunnen elke organisatie treffen.

 

Informatie Manipulatie: De Dreiging van Desinformatie

Naast technische aanvallen blijft ook informatie-manipulatie een belangrijke dreiging, vooral in het licht van geopolitieke spanningen. Het rapport benadrukt dat buitenlandse actoren, met name Rusland, desinformatiecampagnes gebruiken om het publieke vertrouwen in politieke instellingen te ondermijnen. Deze campagnes maken steeds vaker gebruik van geavanceerde technologieën, zoals AI, om geloofwaardige valse informatie te verspreiden.

 

Opkomst van AI in Cybercriminaliteit

Een zorgwekkende trend is het toenemende gebruik van AI-tools door cybercriminelen. Tools zoals FraudGPT worden ingezet om geavanceerde phishing-e-mails te genereren en schadelijke scripts te creëren. Dit maakt cyberaanvallen niet alleen effectiever, maar verlaagt ook de drempel voor minder technisch onderlegde aanvallers om complexe aanvallen uit te voeren.

 

Aanbevelingen voor Bedrijven en Overheden

ENISA benadrukt in het rapport de noodzaak voor bedrijven en overheden om hun verdediging tegen cyberdreigingen te versterken. Dit omvat onder andere:

  • Regelmatige updates en patches voor kwetsbare software,
  • Verhoogde monitoring van clouddiensten en -infrastructuur,
  • Gebruik van geavanceerde detectie- en responsmechanismen om snel in te kunnen grijpen bij aanvallen.

Met de voortdurende evolutie van cyberdreigingen wordt het voor organisaties steeds belangrijker om waakzaam te blijven en hun cybersecuritymaatregelen voortdurend te verbeteren. De dreigingen van ransomware, DDoS, hacktivisme en social engineering zullen naar verwachting in 2024 verder toenemen, waardoor de digitale veiligheid van Europa voortdurend onder druk staat.

 

Conclusie

Het ENISA-rapport van 2024 schetst een somber beeld van de huidige staat van cyberveiligheid in Europa. Met steeds complexere aanvallen en nieuwe technologieën die in handen van criminelen vallen, moeten overheden en bedrijven meer dan ooit samenwerken om hun digitale infrastructuur te beschermen tegen de groeiende golf van cyberdreigingen.

 

Over ENISA

Het Agentschap van de Europese Unie voor Cyberbeveiliging, ENISA, is het agentschap van de Unie dat zich inzet voor het bereiken van een hoog gemeenschappelijk niveau van cyberbeveiliging in heel Europa. Opgericht in 2004 en versterkt door de EU Cybersecurity Act, draagt het Agentschap van de Europese Unie voor Cyberbeveiliging bij aan het EU-beleid op het gebied van cyberbeveiliging, verhoogt het de betrouwbaarheid van ICT-producten, -diensten en -processen door middel van certificeringsschema’s voor cyberbeveiliging, werkt het samen met lidstaten en EU-instellingen en helpt het Europa zich voor te bereiden op de cyberuitdagingen van de toekomst. Door kennisdeling, capaciteitsopbouw en bewustwording werkt het agentschap samen met zijn belangrijkste belanghebbenden om het vertrouwen in de verbonden economie te versterken, de veerkracht van de infrastructuur van de Unie te vergroten en, uiteindelijk, de Europese samenleving en haar burgers digitaal veilig te houden. Meer informatie over ENISA en haar werk is te vinden op: www.enisa.europa.eu.

 

Bron: ENISA Threat Landscape report 2024.

Meer burgerbescherming door AI-verordening

Meer burgerbescherming door AI-verordening

Vanaf februari 2025 worden bepaalde AI-praktijken verboden in de EU om burgers te beschermen tegen misbruik. Verboden praktijken zijn onder andere manipulatieve AI-systemen, AI-gebaseerde sociale scores, voorspellende risicobeoordelingen voor criminaliteit gebaseerd op profilering, en AI-systemen voor realtime biometrische identificatie in openbare ruimtes. Organisaties moeten deze systemen tijdig uitfaseren om boetes te voorkomen. Deze maatregelen zijn onderdeel van de nieuwe Europese AI-verordening, die vanaf 1 augustus 2024 van kracht is geworden.

 

Wat wordt er verboden?

Dit zijn in het kort de verboden AI-praktijken:

  • Manipulatieve of misleidende AI-systemen. Hoewel AI-systemen kunnen helpen bij het nemen van gerichte en weloverwogen beslissingen, is er ook een risico. AI-technieken kunnen mensen beïnvloeden om keuzes te maken die ze normaal niet zouden maken. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van audio-, beeld- en videomateriaal dat zij niet bewust kunnen waarnemen. Daarom zijn AI-systemen die via onderbewuste technieken en AI-systemen die gericht manipuleren of misleiden, verboden. AI-systemen die kwetsbaarheden – zoals leeftijd, handicap of een sociaaleconomische situatie – misbruiken om mensen te beïnvloeden zijn ook verboden.
  • AI-systemen voor ‘social scoring’. Dit houdt in dat AI-systemen mensen beoordelen op basis van hun sociale gedrag of persoonlijke kenmerken. Dit kan voor problemen zorgen, zoals discriminatie en uitsluiting van bepaalde groepen.
  • AI-gebaseerde voorspelde risicobeoordelingen voor criminaliteit. AI kan worden gebruikt om te ondersteunen bij het voorspellen van mogelijke strafbare feiten. Hierbij is het wel van belang dat het gebaseerd is op feiten die daadwerkelijk verband houden met criminele activiteiten. AI-systemen die uitsluitend op basis van profilering of beoordeling van persoonlijkheidseigenschappen en -kenmerken strafbare feiten voorspellen, zijn verboden.
  • Biometrische categorisering. Systemen die individuen categoriseren op basis van biometrische gegevens (zoals gezichtsafbeeldingen en vingerafdrukken) om ras, politieke opvattingen, lidmaatschap van een vakbond, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, seksleven of seksuele gerichtheid af te leiden zijn verboden. Dit verbod beschermt de privacy en grondrechten van personen. Uitzonderingen gelden alleen voor het rechtmatig labelen of filteren van rechtmatig verkregen biometrische datasets, op het gebied van rechtshandhaving.
  • Het gebruik van AI-systemen voor biometrische identificatie op afstand in realtime in openbare ruimten. Dit wordt verboden, behalve als het strikt noodzakelijk is voor specifieke en afgebakende situaties. Voorbeelden hiervan zijn het zoeken naar slachtoffers van ontvoering of vermiste personen, het voorkomen van imminente dreigingen voor het leven van mensen en het opsporen van verdachten van bepaalde zeer ernstige misdrijven. De inzet hiervan dient bij nationale wetgeving voorzien te zijn van een wettelijke grondslag waarin de voorwaarden gedetailleerd zijn vastgelegd.
  • Andere verboden praktijken. Andere AI-praktijken die verboden zijn vanaf februari 2025 zijn emotieherkenning op de werkplek en in het onderwijs. Ook het ongericht scrapen van gezichtsafbeeldingen van internet of camerabeelden (CCTV) om databanken voor gezichtsherkenning aan te leggen of aan te vullen zijn verboden.

Meer informatie vind je op de website van de Digitale Overheid