Hoogrisico-AI zit al in uw organisatie – waarschijnlijk op andere plekken dan u denkt

Hoogrisico-AI zit al in uw organisatie – waarschijnlijk op andere plekken dan u denkt

Op 2 december 2027 gaat een nieuw en zwaar deel van de Europese AI Act gelden. Organisaties die bepaalde hoogrisico-AI inzetten krijgen dan te maken met strengere eisen en een specifieke groep moet vóór ingebruikname zelfs een verplichte grondrechtenbeoordeling uitvoeren. De Autoriteit Persoonsgegevens roept organisaties nu al op daarmee te oefenen. Maar welke AI valt eigenlijk onder dat zware regime? Juist daar kan voor bestuurders een verrassing zitten: waarschijnlijk niet bij de chatbot waar iedereen over praat, maar bij systemen die op de achtergrond al mensen selecteren, beoordelen en rangschikken.

2 december 2027 lijkt nog ver weg. Voor organisaties die kunstmatige intelligentie inmiddels op tientallen plaatsen gebruiken, kan die datum echter sneller dichtbij komen dan gedacht. Vanaf dat moment worden belangrijke bepalingen uit de Europese AI Act voor zogenoemde hoogrisicosystemen uit Annex III van toepassing. Daarmee verschuift de Europese regulering van AI voor veel organisaties van algemene principes naar concrete verplichtingen rond het gebruik van systemen die grote gevolgen voor mensen kunnen hebben.

AP waarschuwt: wacht niet tot 2027

De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt organisaties daarom om niet tot 2027 te wachten. De toezichthouder is inmiddels begonnen organisaties te laten oefenen met een van de opvallendste nieuwe verplichtingen: de Fundamental Rights Impact Assessment, afgekort FRIA. In de berichtgeving wordt die inmiddels wel de verplichte AI-test genoemd. Dat is een aansprekende term, maar ook enigszins misleidend. Er komt geen keurmeester langs die een algoritme test en vervolgens een Europees goedkeuringsstempel afgeeft. Een FRIA onderzoekt iets anders: wat gebeurt er met de grondrechten van mensen wanneer een organisatie een bepaald hoogrisico-AI-systeem daadwerkelijk gaat gebruiken? Een organisatie die onder de verplichting valt, moet vóór de inzet onder meer beschrijven waarvoor het systeem wordt gebruikt, welke groepen mensen ermee te maken krijgen, welke risico’s voor hun grondrechten kunnen ontstaan, hoe menselijk toezicht is georganiseerd en welke maatregelen worden genomen wanneer die risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Dat is een wezenlijk andere benadering dan de technische controles waarmee CIO’s, CISO’s en IT-afdelingen vertrouwd zijn.

FRIA meer dan een AI-vraagstuk

De vraag is niet alleen of het systeem veilig is, of het model voldoende accuraat presteert of de leverancier aan zijn contractuele verplichtingen voldoet. De organisatie moet kunnen uitleggen waarom het verantwoord is om juist deze technologie in juist dit bedrijfsproces tegenover juist deze mensen in te zetten. Daarmee wordt de FRIA veel meer dan een technisch AI-vraagstuk. Het raakt aan governance, risk, HR, privacy, compliance en uiteindelijk aan de verantwoordelijkheid van het bestuur. Er is daarbij een belangrijke nuance. De FRIA wordt niet verplicht voor iedere onderneming die AI gebruikt. Zelfs het gebruik van een hoogrisico-AI-systeem betekent niet automatisch dat iedere private onderneming een FRIA moet uitvoeren. Artikel 27 van de AI Act richt deze specifieke verplichting onder meer op publiekrechtelijke organisaties, bepaalde private organisaties die publieke diensten aanbieden en gebruikers van specifieke hoogrisicosystemen voor kredietwaardigheidsbeoordeling en risico- en prijsbeoordeling bij levens- en ziektekostenverzekeringen. Dat neemt niet weg dat veel meer organisaties met het hoogrisicoregime van de AI Act te maken kunnen krijgen. En precies daar begint voor bestuurders het interessante gedeelte.

De AI waar iedereen over praat, is niet per se het grootste risico

Wie vandaag in een bestuursvergadering vraagt waar binnen de organisatie kunstmatige intelligentie wordt gebruikt, krijgt waarschijnlijk als eerste namen als Microsoft Copilot, Claude en ChatGPT te horen. Misschien wordt ook een eigen chatbot genoemd, een experiment met AI-agents of een project waarbij generatieve AI wordt gekoppeld aan bedrijfsdata. Dat is begrijpelijk. Het zijn zichtbare toepassingen. Medewerkers praten erover, directies maken er budget voor vrij en vrijwel iedere CIO heeft inmiddels een discussie gevoerd over de vraag welke generatieve AI wel en niet binnen de organisatie mag worden gebruikt. Toch zijn dit vanuit de Europese AI Act lang niet altijd de toepassingen waar een bestuurder zich de meeste zorgen over hoeft te maken. Veel interessanter is wat er elders, vaak veel minder zichtbaar, in de organisatie gebeurt. Misschien gebruikt HR inmiddels software die automatisch cv’s analyseert en kandidaten rangschikt. Een contactcenter kan technologie hebben ingeschakeld die gesprekken beoordeelt. Een financiële afdeling gebruikt mogelijk een model om klanten van een risicoscore te voorzien. Een verzekeraar experimenteert met geautomatiseerde risicobeoordeling, terwijl ergens anders in de organisatie een SaaS-leverancier ongemerkt een nieuwe AI-functie heeft toegevoegd aan een applicatie die al jaren wordt gebruikt. Geen van die toepassingen hoeft intern bekend te staan als een groot AI-project. Toch kunnen juist daar de zwaarste verplichtingen van de Europese AI Act ontstaan. Dat komt doordat Europa AI niet primair beoordeelt op hoe indrukwekkend, nieuw of geavanceerd de technologie is. De centrale vraag is wat een organisatie ermee doet en welke gevolgen dat gebruik voor mensen kan hebben.

Een AI-systeem dat een manager helpt een tekst te schrijven, is iets fundamenteel anders dan een AI-systeem dat diezelfde manager vertelt welke medewerker waarschijnlijk niet goed presteert. Een chatbot die een klant uitlegt hoe hij een lening kan aanvragen, heeft een andere positie dan een algoritme dat invloed heeft op de vraag of die klant de lening daadwerkelijk krijgt. En een systeem dat een vacaturetekst herschrijft is iets anders dan een systeem dat uit vijfhonderd sollicitanten bepaalt welke vijftig kandidaten een recruiter überhaupt nog te zien krijgt.

Precies op dat onderscheid is het hoogrisicoregime van de AI Act gebouwd. De Europese wetgever heeft een aantal terreinen aangewezen waarop het gebruik van AI zulke grote gevolgen kan hebben dat aanvullende bescherming nodig is. Daaronder vallen onder meer arbeid, onderwijs, biometrie, kritieke infrastructuur, toegang tot essentiële publieke en private diensten, rechtshandhaving, migratie en de rechtspleging. Voor bestuurders verandert daarmee de vraag die zij aan hun organisatie zouden moeten stellen.

Niet langer alleen: waar gebruiken wij AI?

Maar vooral: waar laten wij AI beslissingen over mensen nemen of beïnvloeden?

Die tweede vraag kan een heel andere lijst opleveren dan de eerste.

AI maakt hardware weer strategisch – en aanzienlijk duurder

AI maakt hardware weer strategisch – en aanzienlijk duurder

Generatieve AI wordt vooral gezien als een revolutie in software. Maar achter iedere AI-assistent, agent en intelligent bedrijfsproces staat fysieke infrastructuur. En juist daar voltrekt zich een ontwikkeling die voor bestuurders steeds relevanter wordt: AI verandert niet alleen welke hardware organisaties nodig hebben, maar drijft ook de prijzen van reguliere IT-infrastructuur omhoog.

De afgelopen vijftien jaar raakte hardware steeds verder uit beeld. Virtualisatie en cloud maakten het mogelijk om rekenkracht, opslag en netwerkcapaciteit als diensten af te nemen. Voor bestuurders werd de onderliggende server daardoor steeds minder relevant. AI draait die ontwikkeling gedeeltelijk terug.

Voor het trainen en gebruiken van AI-modellen zijn grote hoeveelheden rekenkracht nodig. Daarbij verschuift het zwaartepunt van traditionele CPU’s naar gespecialiseerde accelerators zoals GPU’s. Die vragen veel geheugen, snelle opslag, hoogwaardige netwerkverbindingen en aanzienlijk meer elektriciteit.

Het gevolg is dat niet alleen AI-servers veranderen. De enorme wereldwijde investeringen in AI beginnen de complete hardwaremarkt te beïnvloeden.

De AI-race drijft hardwareprijzen omhoog

Voor ondernemingen is dat misschien wel een van de meest onderschatte effecten van de AI-boom. Grote cloudproviders en technologiebedrijven bouwen wereldwijd AI-datacenters en kopen daarvoor enorme hoeveelheden GPU’s, geheugen en opslagcapaciteit. Fabrikanten verschuiven tegelijkertijd productiecapaciteit richting onderdelen waarop de AI-markt een beroep doet. Daardoor ontstaat schaarste op andere plekken.

Vooral geheugen is daarvan een duidelijk voorbeeld. TrendForce rapporteerde dat fabrikanten productiecapaciteit verschuiven richting High Bandwidth Memory (HBM) en servergeheugen. In het tweede kwartaal van 2026 werden daardoor prijsstijgingen van 58 tot 63 procent voor conventioneel DRAM en 70 tot 75 procent voor NAND Flash voorzien.

Ook Gartner ziet een uitzonderlijke ontwikkeling. Het onderzoeksbureau verwacht dat gemiddelde DRAM-prijzen over heel 2026 met 125 procent stijgen en NAND Flash zelfs met 234 procent. Betekenisvolle prijsverlichting verwacht Gartner pas richting eind 2027. Dat raakt veel meer dan alleen gespecialiseerde AI-systemen. Geheugen en flashopslag zijn immers basisonderdelen van vrijwel iedere server, storage-oplossing, laptop en pc. De AI-race kan daardoor indirect ook de prijs verhogen van infrastructuur waarop helemaal geen AI draait.

IDC ziet die ontwikkeling inmiddels terug in de servermarkt. In het eerste kwartaal van 2026 stegen de wereldwijde uitgaven aan servers met 30,7 procent ten opzichte van een jaar eerder, terwijl het aantal geleverde systemen slechts 3,3 procent toenam. Naast de snelle groei van kostbare GPU-systemen wijst IDC expliciet op schaarste en hogere prijzen van DRAM en NAND. IDC verwacht dat die situatie ten minste gedurende de eerste helft van 2027 aanhoudt. Hardwarebudgetten worden daarmee opnieuw een strategisch onderwerp.

Ook de werkplek wordt geraakt

Het effect blijft bovendien niet beperkt tot het datacenter. Gartner verwacht dat hogere geheugen- en SSD-kosten de gemiddelde pc-prijs in 2026 met ongeveer 17 procent kunnen verhogen ten opzichte van 2025. Het onderzoeksbureau verwacht mede daardoor dat bedrijven en consumenten apparaten langer blijven gebruiken en vervangingscycli worden uitgesteld. Voor een middelgrote of grote Nederlandse onderneming kan dat een aanzienlijk financieel effect hebben. Een organisatie die de komende jaren duizenden laptops, servers of storagecomponenten moet vervangen, kan geconfronteerd worden met een kostenniveau dat wezenlijk afwijkt van de budgetten die enkele jaren geleden zijn opgesteld.

Dat maakt lifecyclemanagement belangrijker. Het traditionele uitgangspunt dat nieuwe hardware bij iedere generatie vanzelf meer capaciteit voor ongeveer hetzelfde geld biedt, kan niet meer zonder meer worden aangenomen.

Meer rekenkracht betekent ook meer energie

Daarnaast heeft AI een fysieke consequentie die niet met extra budget alleen kan worden opgelost: energie. AI-systemen combineren krachtige accelerators in steeds compactere systemen. Daardoor stijgt het stroomverbruik per rack sterk en ontstaat aanzienlijk meer warmte. Traditionele luchtkoeling kan bij de zwaarste AI-systemen onvoldoende zijn, waardoor liquid cooling steeds belangrijker wordt. Voor Nederlandse organisaties is dat extra relevant vanwege de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet.

Een organisatie die AI-capaciteit in een eigen datacenter wil plaatsen, moet daarom niet alleen kijken naar de aanschafprijs van de servers. De werkelijke vraag is of de bestaande infrastructuur voldoende elektriciteit, koeling en netwerkcapaciteit kan leveren. De investering in AI-hardware kan daardoor ook investeringen in de fysieke datacenteromgeving noodzakelijk maken.

Alles naar de cloud lost het probleem niet automatisch op

De voor de hand liggende reactie is om dergelijke infrastructuur niet zelf te bouwen en AI volledig vanuit de publieke cloud af te nemen. Voor veel toepassingen is dat verstandig. Cloudplatforms bieden vrijwel onmiddellijk toegang tot gespecialiseerde AI-hardware zonder dat een organisatie zelf GPU’s hoeft aan te schaffen, koelen en beheren. Maar de rekening verdwijnt daarmee niet. De kosten verschuiven van CAPEX naar OPEX.

Wanneer AI-experimenten veranderen in toepassingen die dagelijks door duizenden medewerkers of klanten worden gebruikt, kan het verbruik snel groeien. Daarnaast spelen vragen rond privacy, intellectueel eigendom, dataresidentie en digitale soevereiniteit. De discussie wordt daarom minder zwart-wit dan ‘cloud versus eigen datacenter’. De relevantere vraag is: welke workload hoort waar thuis?

Sommige AI-toepassingen zullen uitstekend passen in de publieke cloud. Voor voorspelbare workloads, gevoelige data of toepassingen die continu grote hoeveelheden rekenkracht gebruiken, kunnen private infrastructuur, colocatie of gespecialiseerde AI-platformen economisch of strategisch aantrekkelijker zijn.

De goedkoopste server is niet noodzakelijk de goedkoopste oplossing

Daarmee verandert ook de manier waarop organisaties naar investeringen in hardware moeten kijken. Bij traditionele enterprise-infrastructuur was een afschrijvingstermijn van enkele jaren relatief voorspelbaar. Bij AI ontwikkelt hardware zich veel sneller. Nieuwe generaties accelerators leveren meer prestaties, maar stellen tegelijkertijd andere eisen aan geheugen, netwerk, elektriciteit en koeling.

Bestuurders moeten daarom niet uitsluitend naar de aanschafprijs kijken. De relevante maatstaf wordt de totale prijs van een workload gedurende zijn levensduur: hardware, cloudgebruik, energie, koeling, beheer, licenties en bezettingsgraad. Een goedkope infrastructuur die nauwelijks wordt benut kan duurder zijn dan cloudcapaciteit. Andersom kan een AI-workload die jarenlang continu in de cloud draait uiteindelijk duurder zijn dan eigen capaciteit. Juist daarom wordt capaciteitsplanning opnieuw belangrijk.

AI-strategie en infrastructuurstrategie groeien naar elkaar toe

De belangrijkste consequentie van de AI-opmars is uiteindelijk niet dat iedere onderneming een eigen GPU-cluster nodig heeft. Voor de meeste Nederlandse organisaties zal dat zelfs niet het geval zijn. AI zorgt ervoor dat rekenkracht, geheugen, opslag, energie en datacenter­capaciteit opnieuw schaarse en kostbare bedrijfsmiddelen worden. De effecten zijn bovendien niet beperkt tot organisaties die grote AI-modellen bouwen. Door de wereldwijde vraag naar componenten kan ook reguliere IT-infrastructuur duurder worden. Dat maakt een aantal vragen plotseling relevant voor de bestuurskamer. Wanneer moeten we onze infrastructuur vernieuwen? Welke capaciteit willen we zelf controleren? Welke workloads brengen we naar de cloud? Hoe gevoelig is ons meerjarenbudget voor stijgende hardwareprijzen? En wat gebeurt er met onze kosten wanneer het gebruik van AI veel sneller groeit dan verwacht?

Organisaties hoeven daarvoor niet te voorspellen welke GPU of welk AI-model over vijf jaar dominant is. Ze moeten vooral voorkomen dat de infrastructuurkeuzes van vandaag hen over drie jaar beperken. In een markt waarin zowel technologie als hardwareprijzen uitzonderlijk snel veranderen, wordt flexibiliteit daarmee misschien wel het belangrijkste onderdeel van een toekomstbestendige AI-strategie.

5 Nederlandse merken, één datalek.

5 Nederlandse merken, één datalek.

Hoe een aanval op CEVA Logistics klantgegevens van Bol, Bijenkorf, ING, Ajax en Ace & Tate raakte

Bol, de Bijenkorf, ING, Ajax en Ace & Tate waarschuwen klanten voor een datalek. Op het eerste gezicht lijken het vijf afzonderlijke beveiligingsincidenten. In werkelijkheid leiden de sporen naar dezelfde plek: logistiek dienstverlener CEVA Logistics. De aanval laat zien hoe kwetsbaar organisaties kunnen worden via partijen aan wie zij klantgegevens toevertrouwen.

Begin augustus 2026 ontvingen klanten van verschillende bekende Nederlandse organisaties een verontrustend bericht. Persoonsgegevens die zij aan Bol, de Bijenkorf, ING, Ajax of Ace & Tate hadden verstrekt, waren mogelijk in handen van cybercriminelen gekomen.

Opvallend is dat de eigen IT-systemen van deze organisaties voor zover nu bekend niet de primaire bron van het lek waren.

De gemeenschappelijke factor is CEVA Logistics, een van ’s werelds grootste logistieke dienstverleners. CEVA verzorgt onder meer fulfilment, opslag en distributie voor andere bedrijven. Om een bestelling bij de juiste consument te kunnen afleveren, krijgt zo’n logistieke partner noodzakelijkerwijs persoonsgegevens aangeleverd.

En juist daar ging het mis.

Wat gebeurde er?

CEVA Logistics werd rond 1 augustus 2026 getroffen door een cyberaanval. Volgens berichtgeving van RTL Nieuws werden daarbij daadwerkelijk gegevens buitgemaakt en gingen systemen offline. De aanval trof acht Europese distributiecentra.

Wat voor aanval het precies was, is nog niet bekendgemaakt. CEVA heeft vooralsnog niet publiekelijk toegelicht via welke technische kwetsbaarheid of aanvalsmethode de criminelen zijn binnengekomen. Ook is niet bevestigd of er ransomware is gebruikt of losgeld is geëist.

Dat onderscheid is belangrijk. Er kan inmiddels worden gesproken over buitgemaakte gegevens, maar uitspraken over bijvoorbeeld phishing, gestolen wachtwoorden, een kwetsbaarheid in software of ransomware als oorspronkelijke toegangsmethode zouden op dit moment speculatie zijn.

De gevolgen van de aanval werden in de dagen daarna steeds duidelijker.

De tijdlijn

1 augustus 2026 – CEVA ontdekt de cyberaanval

CEVA wordt slachtoffer van een cyberaanval waarbij gegevens worden buitgemaakt en systemen offline raken. Acht Europese distributiecentra worden geraakt.

Bol verklaart later dat het op 1 augustus door CEVA is geïnformeerd over een mogelijk datalek.

3 augustus – melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens

Het incident wordt gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Onder de AVG moeten organisaties een datalek melden wanneer dit waarschijnlijk een risico oplevert voor de rechten en vrijheden van betrokken personen.

5 augustus – Bol en de Bijenkorf waarschuwen klanten

Bol en de Bijenkorf informeren klanten dat een beveiligingsincident bij hun logistieke partner mogelijk gevolgen heeft gehad voor persoonsgegevens.

Bij Bol gaat het volgens de beschikbare informatie alleen om gegevens die verband houden met recente bestellingen die vanuit een getroffen distributiecentrum werden verwerkt. Hoeveel klanten precies zijn getroffen, is nog niet bekend.

Ook de Bijenkorf waarschuwt klanten. Het bedrijf kan niet uitsluiten dat onder meer namen, contactgegevens en informatie over onlinebestellingen in verkeerde handen zijn gekomen.

De aanval heeft daarnaast een operationeel gevolg. Bestellingen, retouren en terugbetalingen kunnen vertraging oplopen.

6 augustus – duidelijk wordt dat meer organisaties zijn getroffen

Onderzoek van RTL Nieuws maakt duidelijk dat de impact verder reikt dan Bol en de Bijenkorf.

Ook gegevens die CEVA verwerkte voor ING, Ajax en Ace & Tate blijken door het incident te kunnen zijn geraakt.

Daarmee verandert het beeld van een incident bij twee webwinkels in een omvangrijk supply-chain-datalek waarbij één dienstverlener gegevens van klanten van meerdere bekende organisaties verwerkt.

7 augustus en daarna – klanten worden verder geïnformeerd

Ajax en Ace & Tate informeren eveneens betrokken klanten. ING brengt klanten op de hoogte die via het spaarprogramma ING Punten fysieke producten hebben besteld.

Dat laatste is een belangrijk detail: het betekent niet dat de financiële systemen van ING zijn gehackt of dat alle ING-klanten slachtoffer zijn.

Het gaat om persoonsgegevens die nodig waren voor het fysiek afleveren van producten.

Welke gegevens zijn buitgemaakt?

Niet iedere getroffen organisatie deelde exact dezelfde gegevens met CEVA. De datasets verschillen dus per bedrijf en bestelling.

Voor zover nu bekend gaat het vooral om:

  • naam;
  • woon- en afleveradres;
  • postcode en woonplaats;
  • e-mailadres;
  • telefoonnummer;
  • gegevens over bestelde producten;
  • informatie rond levering en track & trace;
  • en in bepaalde gevallen gegevens van zakelijke klanten, zoals een btw-nummer.

Met name die combinatie maakt het incident relevant.

Een los e-mailadres is vervelend. Maar een dataset waarin naam + e-mailadres + telefoonnummer + adres + leverancier + recente bestelling gecombineerd worden, is veel interessanter voor criminelen.

Volgens RTL Nieuws zijn er geen aanwijzingen dat bij Bol en de Bijenkorf wachtwoorden, inloggegevens of betaalgegevens onderdeel van dit incident zijn. ING benadrukt eveneens dat geen betaalgegevens, spaargelden, financiële gegevens of inloggegevens zijn buitgemaakt.

Dat betekent dat consumenten niet ineens via dit datalek rechtstreeks toegang tot hun bankrekening of Bol-account hoeven te vrezen.

Maar daarmee is het risico niet verdwenen.

Bol: recente klanten via een getroffen distributiecentrum

Bij Bol lijkt de groep slachtoffers te bestaan uit klanten van wie recente bestellingen via het getroffen CEVA-distributiecentrum zijn verwerkt.

Daarbij kunnen naam, adres- en contactgegevens en informatie over bestellingen zijn betrokken.

Bol maakt al jarenlang intensief gebruik van CEVA. De logistieke dienstverlener verzorgt onder andere activiteiten in distributie- en retourcentra.

Bol zegt dat zijn eigen systemen niet door deze aanval zijn getroffen.

De Bijenkorf: contact- én bestelgegevens

Ook de Bijenkorf maakt voor logistieke processen gebruik van CEVA.

Het warenhuis sluit niet uit dat namen, contactgegevens en gegevens over onlinebestellingen zijn buitgemaakt. Daarnaast leidde de aanval tot verstoringen in de logistieke verwerking.

Voor consumenten betekent dat behalve een privacyrisico ook een praktisch probleem: bestellingen, retouren en terugbetalingen kunnen vertraging oplopen.

ING: geen bankgegevens, maar gegevens van ING Punten

De naam ING maakt een datalek onmiddellijk alarmerend, maar hier is nuance essentieel.

Voor zover bekend zijn geen bankrekeningen, saldi, betaalgegevens, financiële gegevens, wachtwoorden of inloggegevens buitgemaakt.

CEVA verzorgt logistiek voor fysieke artikelen die klanten via het loyaliteitsprogramma ING Punten bestellen. Denk bijvoorbeeld aan een koffer, barbecue of ander product dat thuis moet worden bezorgd.

De getroffen dataset heeft daarom betrekking op klanten die zo’n fysiek artikel hebben laten afleveren.

Dat criminelen kunnen weten dat iemand klant is van ING blijft echter relevant. Die kennis kan worden gebruikt om een geloofwaardiger phishingbericht op te stellen.

Ajax: webshopklanten

Ook Ajax gebruikt CEVA als logistieke partner. Daardoor kunnen persoonsgegevens van klanten van de Ajax-webshop zijn geraakt.

Hierbij is het belangrijk om dit incident niet te verwarren met het eerdere, afzonderlijke datalek bij Ajax in maart 2026.

Bij dat eerdere incident kreeg een hacker rechtstreeks ongeautoriseerde toegang tot delen van de Ajax-systemen. Daarbij werden onder andere e-mailadressen ingezien en bij een kleine groep mensen met een stadionverbod ook namen en geboortedata. Later bleek bovendien dat gegevens van ongeveer 400 tickethouders waren ingezien.

Het CEVA-incident van augustus staat daar los van: daarbij ligt de oorsprong bij de logistieke partner en gaat het om gegevens die nodig zijn voor de verwerking van webshopbestellingen.

Ace & Tate: eveneens getroffen via CEVA

Ook brillenmerk Ace & Tate blijkt CEVA te gebruiken voor logistieke dienstverlening en waarschuwde klanten voor mogelijke blootstelling van persoonsgegevens.

Ook hier is de logistieke keten de verbindende factor. Klantgegevens die nodig zijn om producten te verwerken en bezorgen, komen terecht in systemen buiten de eigen omgeving van de webwinkel.

Ace & Tate waarschuwde daarnaast dat lopende bestellingen vertraging kunnen oplopen.

Hoe zijn de gegevens precies gestolen?

Dat is een van de belangrijkste vragen waarop nog geen definitief openbaar antwoord bestaat.

Bekend is dat CEVA door een cyberaanval is getroffen, dat systemen offline zijn gegaan en dat gegevens zijn buitgemaakt.

De initiële aanvalsmethode is echter nog niet publiek bevestigd.

Het is daarom op dit moment niet verantwoord om te stellen dat een medewerker op een phishingmail heeft geklikt, dat criminelen via een gestolen account binnenkwamen, dat er een softwarekwetsbaarheid werd misbruikt of dat sprake was van ransomware.

Dat zijn allemaal realistische aanvalsscenario’s, maar zonder forensische bevestiging blijven het scenario’s.

Wel illustreert het incident een bekend cybersecurityprobleem: organisaties beveiligen niet alleen hun eigen systemen. Hun beveiliging is mede afhankelijk van de leveranciers waarmee zij gegevens delen.

Het echte gevaar: zeer geloofwaardige phishing

Het grootste directe risico voor consumenten is waarschijnlijk niet dat iemand met deze dataset direct hun bankrekening kan leeghalen.

Het gevaar zit in gerichte phishing en social engineering.

Een crimineel die alleen een willekeurig e-mailadres bezit, moet gokken.

Een crimineel die weet:

  • hoe iemand heet;
  • waar iemand woont;
  • wat het telefoonnummer is;
  • bij welke winkel die persoon klant is;
  • en mogelijk zelfs welk product recent is besteld,

kan een aanzienlijk overtuigender verhaal maken.

Een slachtoffer kan bijvoorbeeld een sms ontvangen die eruitziet alsof deze van een pakketbezorger komt:

“Uw bestelling van [winkel] kan niet worden bezorgd. Controleer uw adres en betaal €1,49 verzendkosten.”

Of een e-mail die lijkt te verwijzen naar precies het datalek:

“Vanwege het recente beveiligingsincident vragen wij u uw account opnieuw te verifiëren.”

Juist dat laatste scenario is verraderlijk. Criminelen kunnen het nieuws over het datalek zelf gebruiken als aanleiding voor een phishingaanval.

De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwde recent bovendien dat AI dit probleem groter maakt. Gegevens uit eerdere datalekken kunnen worden gebruikt om op grote schaal steeds overtuigender gepersonaliseerde phishingberichten te produceren.

Moet je nu je wachtwoord veranderen?

Niet automatisch vanwege dit specifieke incident.

Als de mededeling van de getroffen organisatie aangeeft dat geen wachtwoorden of inloggegevens zijn gelekt, voorkomt het wijzigen van je Bol-, Bijenkorf- of ING-wachtwoord niet dat criminelen de reeds gestolen naam-, adres- of bestelgegevens kunnen misbruiken.

Een wachtwoord veranderen is wél noodzakelijk wanneer een wachtwoord daadwerkelijk onderdeel van een datalek is, of wanneer er aanwijzingen zijn dat een account is overgenomen.

Los daarvan blijft het verstandig om voor iedere belangrijke dienst een uniek wachtwoord te gebruiken en waar mogelijk multifactorauthenticatie in te schakelen.

Wat moeten consumenten nu doen?

Wie van Bol, de Bijenkorf, ING, Ajax of Ace & Tate bericht heeft gekregen, doet er vooral goed aan de komende maanden extra kritisch naar e-mails, sms’jes, telefoontjes en WhatsApp-berichten te kijken.

Klik niet vanuit een ontvangen bericht op een link om een bestelling, betaling of account te controleren. Open in plaats daarvan zelf de officiële app of typ het bekende webadres in de browser.

Wees extra wantrouwig wanneer iemand informatie over een echte bestelling gebruikt om vertrouwen te winnen. Het feit dat een afzender je naam, adres, telefoonnummer of recente aankoop kent, bewijst na dit incident nadrukkelijk niet meer dat die afzender daadwerkelijk Bol, ING, Ajax of een andere betrokken organisatie vertegenwoordigt.

Geef nooit een pincode, wachtwoord of verificatiecode door. Een bank zal daar niet telefonisch, per mail of via een chatbericht om vragen.

En controleer financiële transacties wanneer je vermoedt dat je op een phishingbericht hebt gereageerd.

Wat moeten bedrijven hiervan leren?

Voor organisaties zit misschien wel de belangrijkste les niet in CEVA zelf, maar in de vraag:

Wie heeft onze klantdata eigenlijk allemaal?

Organisaties besteden steeds meer processen uit. Cloudsoftware, salarisadministratie, marketing, klantenservice, fulfilment, transport en IT-beheer kunnen allemaal betekenen dat persoonsgegevens buiten de eigen technische omgeving worden verwerkt.

Daardoor ontstaat een keten van afhankelijkheden.

Een organisatie kan zijn eigen Microsoft 365-omgeving, endpoints en datacenter uitstekend beveiligen en tóch een ernstig datalek krijgen doordat een leverancier wordt gehackt.

Leveranciersmanagement moet daarom ook cybersecuritymanagement zijn.

Organisaties zouden minimaal moeten weten welke leveranciers persoonsgegevens verwerken, welke gegevens dat precies zijn, hoe lang die worden bewaard, welke beveiligingsmaatregelen gelden en welke subleveranciers opnieuw toegang krijgen.

Ook dataminimalisatie is cruciaal: gegevens die een leverancier niet heeft, kunnen daar ook niet worden gestolen.

Daarnaast moeten organisaties vooraf afspraken maken over incidentrespons. Wie waarschuwt wie? Binnen hoeveel uur? Wie doet forensisch onderzoek? Welke logging is beschikbaar? Hoe wordt bepaald welke klanten zijn getroffen? En hoe worden klanten geïnformeerd?

De Autoriteit Persoonsgegevens adviseert organisaties bij een datalek onmiddellijk overzicht te creëren, het lek te stoppen en de schade te beperken, de risico’s te beoordelen, te bepalen of melding aan de AP en betrokkenen noodzakelijk is en het incident vast te leggen in het interne datalekregister.

Medewerkers trainen tegen steeds slimmere phishing

Technische beveiligingsmaatregelen alleen zijn niet voldoende wanneer criminelen gestolen persoonsgegevens gebruiken om medewerkers met zeer geloofwaardige phishingberichten te benaderen. Organisaties kunnen daarom ook investeren in het structureel verhogen van de digitale weerbaarheid van hun personeel. Lemontree – Masters in ICT biedt hiervoor cybersecuritytraining voor eindgebruikers, waarbij medewerkers met onder meer AI-gestuurde phishingsimulaties, interactieve microlearnings en actuele dreigingswaarschuwingen leren om verdachte berichten te herkennen en correct te rapporteren. Wanneer een medewerker tijdens een simulatie toch op een phishingbericht klikt, kan direct een kort leermoment volgen waarin wordt uitgelegd welke signalen gemist zijn. Zo wordt security awareness geen eenmalige jaarlijkse training, maar een doorlopend proces waarmee organisaties het menselijk risico beter inzichtelijk kunnen maken en verkleinen.

Eén aanval, vijf bekende namen

Het incident bij CEVA laat vooral zien dat de klassieke vraag “is bedrijf X goed beveiligd?” steeds minder volstaat.

De relevante vraag wordt:

“Is de hele keten waarin mijn gegevens terechtkomen goed beveiligd?”

Een consument bestelt iets bij een webwinkel en geeft daar zijn persoonsgegevens af. Achter de schermen kunnen die gegevens vervolgens worden verwerkt door fulfilmentbedrijven, logistieke dienstverleners, softwareleveranciers en vervoerders.

Voor de consument blijft het één bestelling. Voor een aanvaller is het een keten met meerdere potentiële ingangen. En soms hoeft een cybercrimineel niet vijf grote Nederlandse organisaties afzonderlijk aan te vallen. Eén strategisch gekozen leverancier is genoeg.

Bronnen en verantwoording

Dit artikel is gebaseerd op informatie die op 10 augustus 2026 publiek beschikbaar is. Belangrijke bronnen zijn berichtgeving en onderzoek van RTL Nieuws over de CEVA-aanval, communicatie van de getroffen organisaties, informatie van Ajax over het afzonderlijke datalek van maart 2026, openbare informatie over de samenwerking tussen Bol en CEVA en richtlijnen en waarschuwingen van de Autoriteit Persoonsgegevens.

De omvang van het CEVA-incident wordt nog onderzocht. Het exacte aantal getroffen personen en de precieze technische aanvalsmethode zijn op het moment van schrijven niet publiek bevestigd. Nieuwe forensische informatie kan het beeld daarom nog veranderen.

Nieuwe Cyberbeveiligingswet vanaf 15 augustus in werking

Nieuwe Cyberbeveiligingswet vanaf 15 augustus in werking

Nederland zet een grote stap in het versterken van de digitale en fysieke weerbaarheid van bedrijven en organisaties. De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Beide wetten treden op 15 augustus 2026 in werking en vormen de Nederlandse uitwerking van de Europese NIS2- en CER-richtlijnen.

Voor duizenden organisaties betekent dit dat cybersecurity niet langer uitsluitend een onderwerp voor de IT-afdeling is. Het wordt een expliciete verantwoordelijkheid van bestuurders.

Waarom komen de Cbw en Wwke?

Nederland digitaliseert in hoog tempo. Vrijwel iedere organisatie is afhankelijk van IT-systemen, cloudplatformen en digitale ketens. Tegelijkertijd neemt het aantal cyberaanvallen, ransomware-incidenten, sabotageacties en geopolitieke dreigingen sterk toe.

Een succesvolle aanval op één organisatie kan inmiddels grote gevolgen hebben voor de gehele samenleving. Denk aan uitval van:

  • energievoorziening;
  • zorginstellingen;
  • logistiek;
  • telecom;
  • drinkwater;
  • financiële dienstverlening;
  • overheidsdiensten.

Daarom heeft de Europese Unie de NIS2-richtlijn en de CER-richtlijn opgesteld. Het doel is om de weerbaarheid van lidstaten te vergroten en ervoor te zorgen dat essentiële diensten ook tijdens incidenten beschikbaar blijven. Nederland voert deze richtlijnen nu in via twee nieuwe wetten.

Twee wetten, ieder met een eigen doel

Hoewel beide wetten vaak samen worden genoemd, richten ze zich op verschillende risico’s.

Cyberbeveiligingswet (Cbw)

De Cyberbeveiligingswet richt zich op digitale veiligheid.

De wet verplicht organisaties om hun IT-omgeving aantoonbaar beter te beveiligen tegen cyberdreigingen zoals:

  • ransomware;
  • phishing;
  • datalekken;
  • sabotage;
  • aanvallen op leveranciers.

Naar verwachting vallen ruim 8.000 Nederlandse organisaties onder deze wet. Organisaties moeten zelf beoordelen of zij onder de wet vallen.

Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke)

De Wet weerbaarheid kritieke entiteiten kijkt breder dan alleen cyber.

Deze wet richt zich op organisaties die essentieel zijn voor de maatschappij en beschermt tegen onder andere:

  • sabotage;
  • terrorisme;
  • langdurige stroomuitval;
  • natuurrampen;
  • fysieke verstoringen.

Niet iedere organisatie valt automatisch onder deze wet. Bedrijven worden hiervoor door de verantwoordelijke minister officieel aangewezen als “kritieke entiteit”.

Wat verandert er concreet met de komst van de Cyberbeveiligingswet?

Voor organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, gelden straks onder meer de volgende verplichtingen.

1. Cybersecurity wordt een bestuursverantwoordelijkheid

Bestuurders moeten aantoonbaar betrokken zijn bij cybersecurity.

Dat betekent onder andere:

  • kennis hebben van cyberrisico’s;
  • beveiligingsmaatregelen goedkeuren;
  • toezicht houden op naleving;
  • verantwoordelijkheid nemen voor incidenten.

Cybersecurity wordt daarmee een vast onderdeel van goed bestuur en risicomanagement.

2. Wettelijke zorgplicht

Organisaties moeten passende technische, organisatorische en operationele beveiligingsmaatregelen treffen.

Denk aan:

  • multi-factor authenticatie;
  • netwerksegmentatie;
  • back-up- en herstelprocedures;
  • monitoring;
  • patchmanagement;
  • toegangsbeheer;
  • awareness-trainingen.

De maatregelen moeten aantoonbaar aansluiten bij de risico’s van de organisatie.

3. Meldplicht bij ernstige incidenten

Bij significante cyberincidenten ontstaat een wettelijke meldplicht.

Organisaties moeten ernstige incidenten binnen de gestelde termijnen melden aan de bevoegde autoriteiten en waar nodig aanvullende rapportages indienen. Daarmee kunnen dreigingen sneller worden gedeeld en verdere schade worden beperkt.

4. Leveranciers worden onderdeel van de beveiliging

Een belangrijk nieuw onderdeel is de beveiliging van de toeleveranciersketen.

Bedrijven moeten niet alleen hun eigen beveiliging op orde hebben, maar ook beoordelen welke risico’s leveranciers en IT-partners vormen.

Hierdoor zullen veel leveranciers vragen krijgen over bijvoorbeeld:

  • ISO 27001;
  • SOC-rapportages;
  • beveiligingsbeleid;
  • incidentprocedures;
  • continuïteitsplannen.

Ook organisaties die zelf niet onder de wet vallen, kunnen hierdoor indirect met strengere eisen worden geconfronteerd.

5. Registratie bij het NCSC

Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen moeten zich registreren bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), zodat zij kunnen deelnemen aan informatie-uitwisseling over dreigingen en incidenten.

Wat moeten organisaties nu al doen?

De overheid adviseert nadrukkelijk om niet te wachten tot de wet officieel van kracht is.

Bestuurders doen er verstandig aan om nu al de volgende stappen te zetten:

  • bepaal of de organisatie onder de Cyberbeveiligingswet valt;
  • voer een eerste cyberrisicoanalyse uit;
  • inventariseer bestaande beveiligingsmaatregelen;
  • bespreek cyberrisico’s in het managementteam of de directie;
  • stel een verbeterplan op;
  • controleer de beveiliging van leveranciers;
  • bereid de registratie bij het NCSC voor;
  • zorg dat bestuurders voldoende kennis hebben van cybersecurity.

Ook organisaties buiten de wet merken de gevolgen

Veel mkb-bedrijven denken dat de nieuwe wet niet voor hen geldt. Dat klopt vaak, maar indirect zullen zij de gevolgen wel degelijk merken. Steeds meer klanten zullen namelijk eisen stellen aan de digitale beveiliging van hun leveranciers. Denk aan vragen over:

  • informatiebeveiligingsbeleid;
  • MFA;
  • back-ups;
  • incidentrespons;
  • certificeringen;
  • penetratietesten.

Goede cybersecurity wordt daarmee steeds vaker een voorwaarde om zaken te kunnen blijven doen.

Meer dan compliance

De nieuwe wetgeving draait uiteindelijk niet om het afvinken van regels. Het doel is om Nederland weerbaarder te maken tegen digitale en fysieke ontwrichting. Een cyberaanval op één organisatie kan immers een domino-effect veroorzaken in complete ketens of vitale sectoren. Door cybersecurity en weerbaarheid structureel onderdeel te maken van bestuur, bedrijfsvoering en samenwerking in de keten, wil de overheid de kans op maatschappelijke ontwrichting aanzienlijk verkleinen.

van IT-thema naar bestuurskamer

Met de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten op 15 augustus 2026 verandert cybersecurity definitief van een IT-thema naar een strategisch bestuursonderwerp. Voor organisaties die onder de wet vallen is voorbereiding geen keuze meer, maar een wettelijke verplichting. Ook bedrijven die niet rechtstreeks onder de wet vallen doen er verstandig aan hun digitale weerbaarheid te versterken. Klanten, ketenpartners en toezichthouders zullen steeds vaker aantoonbare beveiligingsmaatregelen verlangen. De boodschap van de overheid is daarom helder: begin vandaag met voorbereiden, niet op 15 augustus.

Meer informatie op de site van de Rijksoverheid: Cyberbeveiligingswet en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten vanaf 15 augustus 2026 van kracht | Rijksoverheid.nl

Microsoft past prijzen en inhoud van Microsoft 365-licenties aan

Microsoft past prijzen en inhoud van Microsoft 365-licenties aan

Per vandaag, 1 juli 2026, voert Microsoft wereldwijd wijzigingen door in de prijzen en inhoud van verschillende Microsoft 365- en Office 365-abonnementen voor zakelijke klanten. Daarnaast worden de komende maanden diverse nieuwe functionaliteiten toegevoegd aan een aantal licenties. Voor veel organisaties is dit een goed moment om opnieuw te kijken naar hun Microsoft-licenties en de inrichting van hun Microsoft 365-omgeving.

Wat verandert er?

Microsoft heeft de prijzen aangepast van een aantal veelgebruikte zakelijke abonnementen. De nieuwe tarieven gelden voor nieuwe abonnementen en voor bestaande klanten vanaf het eerstvolgende verlengingsmoment van hun contract of abonnement.

Opvallend is dat Microsoft 365 Business Premium géén prijsverhoging krijgt. Daarmee wordt het prijsverschil met Business Standard kleiner, terwijl Business Premium juist uitgebreide mogelijkheden biedt op het gebied van beveiliging, apparaatbeheer en identiteitsbescherming. Voor veel organisaties kan dit een interessant moment zijn om te beoordelen of een overstap naar Business Premium meer waarde oplevert.

Ook de Frontline-licenties (Microsoft 365 F1 en F3) krijgen een relatief forse prijsverhoging. Organisaties met veel medewerkers in productie, logistiek, retail of zorg doen er daarom goed aan hun licentiestructuur opnieuw tegen het licht te houden.

Nieuwe prijzen

Onderstaande prijzen zijn de actuele Europese adviesprijzen per gebruiker per maand.

Licentie Prijs per gebruiker per maand
Microsoft 365 Business Basic € 6,53
Microsoft 365 Business Standard € 13,10
Microsoft 365 Business Premium € 20,60
Office 365 E3 € 28,37
Microsoft 365 E3 € 40,84
Microsoft 365 E5 € 62,84
Microsoft 365 F1 € 2,80
Microsoft 365 F3 € 9,38

De uiteindelijke prijs kan afhankelijk zijn van contractvorm, distributeur en eventuele kortingen.

Waarom voert Microsoft deze wijzigingen door?

Volgens Microsoft weerspiegelen de nieuwe prijzen de aanzienlijke uitbreiding van Microsoft 365 in de afgelopen jaren. Sinds de laatste prijsaanpassingen zijn veel nieuwe mogelijkheden toegevoegd zonder dat de abonnementsprijzen zijn gewijzigd.

De investeringen richten zich onder andere op:

  • verdere versterking van de beveiliging;
  • uitgebreider apparaat- en endpointbeheer;
  • verbeterde compliance- en beheerfunctionaliteiten;
  • doorontwikkeling van Microsoft Teams, Outlook, SharePoint en Microsoft 365 Apps;
  • nieuwe AI-functionaliteiten, waaronder Microsoft 365 Copilot Chat en verdere integratie van AI binnen Microsoft 365.

Microsoft geeft aan dat de nieuwe functionaliteiten de komende maanden gefaseerd beschikbaar worden gesteld. Organisaties ontvangen hierover via het Microsoft 365 Message Center bericht zodra nieuwe mogelijkheden beschikbaar komen.

Een goed moment om uw licenties te evalueren

De prijswijzigingen vormen een logisch moment om stil te staan bij de huidige Microsoft-omgeving. In de praktijk blijkt regelmatig dat organisaties licenties gebruiken die niet optimaal aansluiten bij de behoeften van medewerkers of dat juist functionaliteiten ontbreken die al binnen een bestaande licentie beschikbaar zijn.

Enkele vragen die organisaties zichzelf kunnen stellen:

  • Sluiten de huidige licenties nog aan op de manier waarop medewerkers werken?
  • Is Business Premium inmiddels een aantrekkelijker alternatief?
  • Zijn aanvullende beveiligingsproducten nog noodzakelijk of worden deze inmiddels door Microsoft 365 geleverd?
  • Kunnen licentiekosten worden geoptimaliseerd zonder concessies te doen aan beveiliging of productiviteit?

Door periodiek naar het licentielandschap te kijken, kunnen organisaties vaak zowel kosten besparen als beter gebruikmaken van de mogelijkheden die Microsoft 365 biedt.

Vragen over uw Microsoft-licenties?

De wijzigingen van vandaag zijn voor veel organisaties aanleiding om hun Microsoft-omgeving opnieuw te beoordelen. Welke licenties passen het beste bij uw organisatie? Hoe haalt u meer rendement uit uw Microsoft-investering? En welke beveiligings- en AI-functionaliteiten zijn voor uw organisatie relevant?

De specialisten van Lemontree adviseren organisaties dagelijks over Microsoft-licenties, de optimale inrichting van Microsoft 365-omgevingen en het beheer daarvan. Van licentieoptimalisatie en security tot adoptie, beheer en verdere doorontwikkeling: wij zorgen ervoor dat uw Microsoft-omgeving veilig, toekomstbestendig en optimaal ingericht is.

Wilt u weten wat de wijzigingen voor uw organisatie betekenen of bent u benieuwd of uw huidige licenties nog optimaal aansluiten bij uw wensen? Neem dan gerust contact op met Lemontree voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Help Lemontree ALS de wereld uit te trappen. Vandaag is de TourDuALS

Help Lemontree ALS de wereld uit te trappen. Vandaag is de TourDuALS

Vandaag staan honderden fietsers, wandelaars en hardlopers aan de voet van de Mont Ventoux. Niet voor een persoonlijk record. Niet voor een medaille. Maar voor iets veel groters: de strijd tegen ALS. Tijdens de Tour du ALS beklimmen deelnemers de legendarische “Kale Berg” om geld op te halen voor onderzoek naar ALS, PSMA en PLS én voor betere zorg en ondersteuning van patiënten en hun families.

€ 23.500 opgehaald. Maar we zijn er nog niet. Iedere euro brengt ons dichter bij een toekomst zonder ALS.

ALS is nog steeds een meedogenloze ziekte. Spieren vallen één voor één uit, terwijl het verstand volledig intact blijft. Na de eerste symptomen leven patiënten gemiddeld nog slechts drie tot vijf jaar. Hoewel er de afgelopen jaren belangrijke doorbraken zijn geweest en er inmiddels voor een kleine groep patiënten een behandeling beschikbaar is die de ziekte kan remmen, is er nog altijd geen genezing. Daarom blijft onderzoek van levensbelang.

Samen financieren we onderzoek, innovatie en zorg voor iedereen die met ALS te maken krijgt.

Waarom Tour du ALS zo bijzonder is

Tour du ALS is veel meer dan een sportief evenement. Het is een dag waarop patiënten, familieleden, vrienden, vrijwilligers, bedrijven en supporters samenkomen. Een dag vol emotie, saamhorigheid, hoop en doorzettingsvermogen. Sinds de eerste editie in 2012 groeide het evenement uit tot het grootste fondsenwervende evenement van Stichting ALS Nederland. Inmiddels hebben meer dan 7.000 deelnemers de Mont Ventoux beklommen en is er meer dan 16 miljoen euro opgehaald voor onderzoek en patiëntenzorg.

Lemontree: al jarenlang betrokken

Voor Lemontree is de strijd tegen ALS geen eenmalige actie. Al jarenlang zijn wij nauw verbonden aan Stichting ALS Nederland. Als Business Ambassadeur van Stichting ALS Nederland ondersteunen wij niet alleen financieel, maar dragen wij ook actief bij aan de organisatie, de ICT-voorzieningen en het evenement zelf. Sinds 2015 verzorgt Lemontree diverse ICT-diensten voor de stichting en helpen wij achter de schermen om de organisatie optimaal te laten functioneren.

Daarnaast staat Lemontree ieder jaar met een eigen team aan de start van de Tour du ALS. Collega’s fietsen, wandelen of rennen de Mont Ventoux op, terwijl andere collega’s zich als vrijwilliger inzetten om het evenement mogelijk te maken. Onze betrokkenheid gaat verder dan sponsoring alleen; we willen daadwerkelijk bijdragen aan een toekomst zonder ALS.

Door de jaren heen heeft Lemontree op verschillende manieren geholpen. Van het leveren van ICT-ondersteuning tot het inzetten van vrijwilligers en deelnemers op de berg. Ook dit jaar zijn we weer aanwezig om samen met duizenden anderen een verschil te maken.

Een strijd die nog lang niet voorbij is

Dankzij de enorme inzet van deelnemers, vrijwilligers en donateurs worden steeds meer onderzoeken mogelijk gemaakt. Ook projecten die de kwaliteit van leven van mensen met ALS verbeteren worden ondersteund vanuit de opbrengsten van Tour du ALS. Maar de realiteit is dat er nog veel meer geld nodig is. Voor onderzoek. Voor innovatie. Voor hulpmiddelen. Voor zorg. Voor patiënten die vandaag leven met een ziekte waarvoor nog altijd geen genezing bestaat.

Help Team Lemontree over de finish

Wij zijn ontzettend trots dat Team Lemontree inmiddels € 23.500 heeft opgehaald. Een prachtig bedrag, maar we zijn er nog niet.

Iedere euro helpt. Iedere donatie brengt onderzoekers dichter bij nieuwe doorbraken. Iedere bijdrage helpt patiënten en hun families vandaag én morgen.

Daarom vragen wij iedereen:

Steun Team Lemontree. Doneer. Deel ons verhaal. Help mee om ALS de wereld uit te trappen.

👉 Team Lemontree: https://www.tourduals.nl/teams/team-lemontree

Vandaag beklimmen wij de Mont Ventoux. Voor degenen die dat zelf niet meer kunnen. Voor de mensen die dagelijks leven met ALS. Voor hun partners, kinderen, vrienden en familie.

Voor hoop.

Voor een toekomst zonder ALS.

 

Heel veel dank aan onze sponsoren

Microsoft Copilot Cowork digitale assistent. Wat is het en hoe verschilt het met Microsoft Scout?

Microsoft Copilot Cowork digitale assistent. Wat is het en hoe verschilt het met Microsoft Scout?

Microsoft zet een volgende stap in de AI-transformatie van kenniswerk. Met de wereldwijde beschikbaarheid van Copilot Cowork verandert Microsoft Copilot van een slimme chatbot in een digitale collega die zelfstandig werk kan uitvoeren, coördineren en opvolgen. Voor bestuurders en directieteams is dit mogelijk de meest relevante AI-innovatie sinds de introductie van Microsoft 365 Copilot.

Waar traditionele AI-tools antwoorden genereren op vragen, is Copilot Cowork ontworpen om complete werkzaamheden uit handen te nemen. Het platform kan zelfstandig taken plannen, documenten analyseren, vergaderingen voorbereiden, e-mails versturen, rapportages opstellen en acties uitvoeren binnen Outlook, Teams, Word, Excel en andere Microsoft 365-diensten. Daarbij blijft de gebruiker eindverantwoordelijk en kan deze gevoelige acties laten goedkeuren voordat ze worden uitgevoerd.

Cowork: van generatieve AI naar agentische AI

Microsoft spreekt over een verschuiving van AI als assistent naar AI als uitvoerende collega. Copilot Cowork werkt niet meer uitsluitend reactief, maar kan zelfstandig een doelstelling vertalen naar een plan van aanpak, relevante informatie verzamelen, acties uitvoeren en tussentijds rapporteren over de voortgang.

Een voorbeeld: een salesdirecteur kan Cowork vragen om een kwartaalreview voor te bereiden. Het systeem verzamelt vervolgens informatie uit CRM-data, Teams-gesprekken, e-mails, vergadernotities en documenten, analyseert risico’s en kansen en stelt zelfstandig een managementrapport samen.

Microsoft noemt daarnaast scenario’s zoals:

  • analyseren van duizenden documenten en contracten;
  • voorbereiden van board meetings;
  • identificeren van risicovolle verkoopkansen;
  • coördineren van projectupdates over meerdere teams;
  • automatisch opstellen van managementrapportages;
  • uitvoeren van onderzoekstrajecten die meerdere dagen kunnen duren.

Gericht op kenniswerkers en management

Hoewel Copilot Cowork technisch beschikbaar is voor Microsoft 365 Copilot-gebruikers, richt Microsoft zich nadrukkelijk op organisaties waar medewerkers grote hoeveelheden informatie verwerken en veel tijd besteden aan coördinatie en besluitvorming.

De grootste impact wordt verwacht bij:

  • directie- en managementteams;
  • sales- en accountorganisaties;
  • finance-afdelingen;
  • HR-organisaties;
  • juridische afdelingen;
  • project- en programmamanagement;
  • consultants en kenniswerkers.

Voor C-level executives is vooral interessant dat Cowork kan functioneren als een digitale stafmedewerker die informatie uit de gehele Microsoft 365-omgeving samenbrengt en omzet in concrete acties en inzichten.

De zakelijke voordelen van Microsoft Copilot Cowork

1. Structurele productiviteitsverbetering

Het belangrijkste voordeel is tijdswinst. Medewerkers besteden aanzienlijk minder tijd aan administratieve werkzaamheden, informatie verzamelen, rapportages maken en opvolgacties uitzetten. Microsoft positioneert Cowork als een oplossing voor werkstromen die uren of zelfs dagen in beslag nemen.

2. Snellere besluitvorming

Omdat Cowork data uit documenten, e-mails, vergaderingen en bedrijfsprocessen combineert, ontstaat sneller een compleet beeld van een situatie. Dit helpt bestuurders om beter onderbouwde beslissingen te nemen.

3. Schaalbare digitale capaciteit

Veel organisaties kampen met een tekort aan gespecialiseerde kenniswerkers. Copilot Cowork biedt de mogelijkheid om routinematig kenniswerk te automatiseren zonder extra personeel aan te nemen. Feitelijk ontstaat een digitale capaciteit die onbeperkt schaalbaar is.

4. Minder operationele frictie

Een belangrijk deel van kenniswerk bestaat uit het verbinden van systemen, documenten en mensen. Cowork automatiseert deze coördinatielaag, waardoor processen sneller verlopen en minder afhankelijk worden van individuele medewerkers.

5. Governance en compliance behouden

Voor veel organisaties is autonomie van AI een risico. Microsoft heeft Cowork daarom geïntegreerd in bestaande Microsoft 365-beveiliging, Entra ID-rechtenstructuren, compliancebeleid en toegangscontroles. Het systeem kan alleen werken binnen de rechten die een gebruiker zelf heeft.

Cowork is meer dan een chatbot

Een opvallend verschil met eerdere generaties Copilot is dat Cowork niet beperkt blijft tot één sessie. Het systeem kan werkzaamheden uitvoeren die zich uitstrekken over meerdere uren of dagen. Gebruikers delegeren een opdracht, waarna Cowork zelfstandig verder werkt en tussentijds terugkoppeling geeft.

Daarnaast ondersteunt Microsoft verschillende AI-modellen binnen Cowork, waaronder modellen van Anthropic en OpenAI. Organisaties kunnen daarmee kiezen voor prestaties, kostenoptimalisatie of specifieke use-cases. Ook wordt het platform uitgebreid met integraties naar externe zakelijke toepassingen zoals Miro, Monday.com, Adobe, Atlassian en Box.

Strategische betekenis van Cowork voor de boardroom

De introductie van Copilot Cowork markeert mogelijk een kantelpunt in enterprise AI. Waar de eerste generatie AI-tools vooral individuele productiviteit verhoogde, richt Cowork zich op het daadwerkelijk uitvoeren van werkprocessen.

Voor bestuurders betekent dit dat AI niet langer alleen een hulpmiddel is voor medewerkers, maar een nieuwe digitale arbeidslaag binnen de organisatie. Organisaties die erin slagen om deze agentische AI effectief te integreren, kunnen processen versnellen, operationele kosten verlagen en de productiviteit van kenniswerkers structureel verhogen.

De vraag voor de boardroom verschuift daarmee van “Hoe gebruiken we AI?” naar “Welke werkzaamheden willen we delegeren aan AI-collega’s?” Dat is precies de discussie die Microsoft met Copilot Cowork wil openen.

Microsoft Scout versus Copilot Cowork: welke AI-collega kies je wanneer?

Met de introductie van Microsoft Scout ontstaat een nieuwe vraag voor organisaties: wanneer zet je Copilot Cowork in en wanneer kies je voor Scout? Hoewel beide oplossingen onderdeel zijn van Microsoft’s agentische AI-strategie, zijn ze ontworpen voor fundamenteel verschillende gebruiksscenario’s.

Copilot Cowork

is primair een taakgerichte digitale collega. Een gebruiker geeft een opdracht – bijvoorbeeld het voorbereiden van een boardrapport, het analyseren van honderden contracten of het samenstellen van een kwartaalreview – waarna Cowork zelfstandig de benodigde acties uitvoert binnen Microsoft 365. Het is gericht op het afronden van complexe, maar afgebakende werkzaamheden die uren of zelfs dagen kunnen duren. De gebruiker delegeert werk en Cowork voert het uit.

Microsoft Scout

gaat een stap verder. Scout is Microsoft’s eerste zogenaamde Autopilot-agent: een altijd actieve AI die continu meedraait in de achtergrond. In plaats van te wachten op opdrachten bewaakt Scout agenda’s, Teams-berichten, mailboxen, documenten en workflows, signaleert risico’s en neemt proactief acties. Scout werkt niet op basis van een enkele opdracht, maar op basis van doorlopende prioriteiten en doelstellingen die de gebruiker heeft meegegeven.

Het verschil tussen Microsoft Copilot Cowork en Microsoft Scout:

Situatie Copilot Cowork Microsoft Scout
Rapportage voorbereiden
Duizenden documenten analyseren
Sales opportunities beoordelen
Vergaderingen voorbereiden
Inbox en agenda continu bewaken
Automatisch opvolgen van acties
Risico’s signaleren zonder opdracht
Werken op basis van expliciete opdrachten
Continu meedenken en monitoren

Voor de meeste organisaties zal Cowork de eerste logische stap zijn. Het levert direct meetbare productiviteitswinst op door bestaande kenniswerkprocessen te automatiseren en vraagt relatief weinig organisatorische verandering. Scout richt zich juist op organisaties die verder zijn in hun AI-adoptie en een deel van de operationele coördinatie willen overlaten aan autonome agents die permanent actief zijn.

Voor de boardroom betekent dit dat Cowork vooral gezien kan worden als een digitale projectmedewerker of analist, terwijl Scout meer de rol krijgt van een digitale stafchef die continu monitort, signaleert en werkzaamheden in beweging houdt. Samen laten ze zien waar Microsoft naartoe werkt: een organisatie waarin AI niet alleen ondersteunt, maar steeds meer zelfstandig operationeel werk uitvoert onder governance van de mens.

HPE trekt VMware-klanten over de streep met gratis VME-licenties en Zerto-bescherming

HPE trekt VMware-klanten over de streep met gratis VME-licenties en Zerto-bescherming

HPE zet de aanval op VMware verder kracht bij. Het bedrijf introduceert een aantrekkelijk migratieprogramma waarmee organisaties die willen overstappen van VMware naar HPE Morpheus VM Essentials (VME) tot één jaar gratis licenties ontvangen. Daarnaast biedt HPE een jaar lang Zerto Advanced Resilience Edition voor slechts één dollar, inclusief mogelijkheden voor migratie, disaster recovery en continue databescherming.
De actie komt op een moment waarop veel organisaties hun virtualisatiestrategie opnieuw evalueren. Sinds de overname van VMware door Broadcom worden veel klanten geconfronteerd met hogere licentiekosten, gewijzigde abonnementsmodellen en een grotere afhankelijkheid van één leverancier. HPE positioneert VME nadrukkelijk als alternatief voor organisaties die meer keuzevrijheid zoeken.

Van kostenbesparing naar strategische keuze

Hoewel prijsverlaging vaak de eerste aanleiding is om naar alternatieven te kijken, richt HPE zich nadrukkelijk op een bredere waardepropositie. VM Essentials combineert een enterprise-grade hypervisor voor zowel bestaande VMware-omgevingen als nieuwe HPE Virtual Machine-clusters. Hierdoor kunnen organisaties gefaseerd migreren zonder direct afscheid te nemen van hun bestaande VMware-investeringen.
Dat is een belangrijk onderscheid. Veel migratieprojecten stranden niet op technologie, maar op risico. Bedrijfskritische workloads kunnen niet zomaar worden verplaatst zonder impact op beschikbaarheid of bedrijfsprocessen. Juist daar probeert HPE de drempel te verlagen.

Zerto maakt het verschil

De meest interessante component van het nieuwe aanbod is misschien wel Zerto. Waar veel alternatieve hypervisorplatformen vooral focussen op virtualisatie, adresseert HPE direct een van de grootste zorgen van enterprise-organisaties: databescherming en herstelbaarheid.
Met Zerto krijgen organisaties toegang tot continue replicatie, near-online migraties en disaster recovery-functionaliteit. Virtuele machines kunnen worden beschermd en verplaatst met minimale downtime, terwijl recovery point objectives (RPO’s) vaak worden teruggebracht tot seconden in plaats van uren.
Voor klanten betekent dit dat een VMware-exit geen “big bang”-migratie hoeft te zijn. Workloads kunnen gecontroleerd worden overgezet terwijl dezelfde omgeving tegelijkertijd wordt beschermd tegen storingen, menselijke fouten of ransomware-incidenten.
De combinatie van VME en Zerto levert daardoor een belangrijk voordeel op: migratie en databescherming worden onderdeel van hetzelfde traject in plaats van twee afzonderlijke projecten.

Meer dan een hypervisor

HPE positioneert VM Essentials nadrukkelijk niet als een goedkope VMware-kloon. De oplossing biedt onder meer high availability, live migration, workload balancing, automatisering en geïntegreerde VMware-conversietools. Daarnaast ondersteunt het platform beheer van zowel VMware- als HVM-workloads vanuit één managementconsole.
Voor organisaties die verder willen moderniseren ligt er bovendien een groeipad naar HPE Morpheus Enterprise. Daarmee kunnen naast virtualisatie ook publieke cloudomgevingen, Kubernetes-platformen en andere infrastructuren vanuit één platform worden beheerd.

Timing is geen toeval

De timing van het programma is opmerkelijk. Diverse marktonderzoeken laten zien dat veel VMware-klanten hun opties opnieuw bekijken sinds de licentiewijzigingen van Broadcom. HPE probeert daarvan te profiteren met een combinatie van lagere instapkosten, eenvoudiger licenties en een duidelijke migratiestrategie. Volgens HPE kunnen organisaties dankzij het per-socket licentiemodel aanzienlijke besparingen realiseren ten opzichte van de huidige per-core modellen in de markt.
Maar uiteindelijk zal de markt niet worden gewonnen op prijs alleen. Enterprise-klanten willen zekerheid dat hun workloads beschikbaar blijven, hun data beschermd is en dat zij niet opnieuw in een vendor lock-in terechtkomen. 

De waarde voor klanten

Met het nieuwe migratieprogramma zet HPE een serieuze stap in de strijd om VMware-klanten. De gratis VME-licenties trekken de aandacht, maar de werkelijke klantwaarde zit in de combinatie van virtualisatie, migratie en databescherming.
Voor organisaties die nadenken over een VMware-exit is vooral de rol van Zerto interessant. Door continue databescherming, disaster recovery en migratiefunctionaliteit samen te brengen, wordt de overstap aanzienlijk minder risicovol. Daarmee verandert VM Essentials van een kostenalternatief in een volwaardig enterprise-platform dat organisaties controle teruggeeft over hun virtualisatieomgeving én hun data.

Meer informatie

Organisaties die hun VMware-strategie heroverwegen, staan voor meer dan alleen een technische migratie. Het succes van een overstap wordt uiteindelijk bepaald door de inrichting van het platform, de continuïteit van bedrijfskritische workloads en het beheer op de lange termijn.

Lemontree helpt organisaties bij het ontwerpen, implementeren en beheren van hybride en private cloudomgevingen. Daarbij vormt HPE SimpliVity een van de belangrijkste bouwstenen. Als dé Nederlandse specialist op het gebied van HPE SimpliVity heeft Lemontree in de afgelopen jaren tientallen complexe omgevingen succesvol geïmplementeerd en in beheer genomen voor organisaties die hoge eisen stellen aan beschikbaarheid, prestaties en databescherming.

De combinatie van HPE SimpliVity, HPE Morpheus VM Essentials en Zerto biedt organisaties een krachtig alternatief voor traditionele virtualisatieplatformen. Van advies en migratie tot beheer en optimalisatie: Lemontree begeleidt klanten gedurende het volledige traject en zorgt ervoor dat technologie daadwerkelijk bijdraagt aan bedrijfsdoelstellingen.

Wilt u onderzoeken wat een toekomstbestendige private of hybride cloudstrategie voor uw organisatie betekent? De specialisten van Lemontree denken graag met u mee en laten zien hoe u meer grip krijgt op uw virtualisatieomgeving, data en kosten – zonder concessies te doen aan continuïteit of flexibiliteit.

Lemontree twee keer genomineerd voor Computable Awards 2026

Lemontree twee keer genomineerd voor Computable Awards 2026

Supertrots zijn we nadat we afgelopen vrijdag hoorden dat we twee keer zijn genomineerd voor de Computable Awards 2026. Nou waren we al zo trots als een pauw op heel veel prachtige kantcases, maar het is natuurlijk altijd heel bijzonder als dit ook bij een autoriteit als Computable en haar kritische jury opvalt.

Nominatie 1: IT Infrastructuur voor N-Sea

N-Sea, specialist in onderzeese infrastructuur, werkt samen met Lemontree aan een schaalbare, betrouwbare en veilige IT-omgeving die de sterke internationale groei van het bedrijf ondersteunt. Door de uitbreiding van activiteiten, vloot en projecten neemt ook de hoeveelheid data explosief toe: per project wordt tot 100–150 terabyte aan gegevens verwerkt.

De uitdaging lag in het realiseren van een IT-infrastructuur die wereldwijd beschikbare, veilige en snelle toegang biedt tot grote hoeveelheden bedrijfskritische data. Daarbij moeten ook live datastromen vanaf schepen via satellietverbindingen worden verwerkt, terwijl hoge eisen gelden op het gebied van security, continuïteit, compliance en samenwerking tussen internationale teams.

Samen hebben N-Sea en Lemontree een toekomstbestendige omgeving opgebouwd waarin cloudapplicaties, Microsoft 365, ERP-, CRM- en projectmanagementsystemen zijn geïntegreerd. Daarnaast wordt AI ingezet voor procesverbetering, route-optimalisatie en data-analyse. De infrastructuur groeit flexibel mee met de organisatie en ondersteunt medewerkers zowel op kantoor als op zee.

Volgens de nominatie onderscheidt het project zich door de combinatie van grootschalige dataverwerking, live maritieme connectiviteit, geavanceerde beveiliging en AI-toepassingen binnen een internationale offshore-omgeving. De langdurige samenwerking tussen N-Sea en Lemontree heeft geleid tot een stabiel en innovatief IT-platform dat de verdere groeiambities van N-Sea mogelijk maakt.

STEM OP DEZE NOMINATIE

Nominatie 2: Cloudwerkplek op basis van Azure Virtual Desktop bij IMD Raadgevende Ingenieurs

Foto: Ossip van Duivenbode

IMd Raadgevende Ingenieurs heeft samen met Lemontree een innovatieve cloudwerkplek gerealiseerd op basis van Azure Virtual Desktop (AVD). Hierdoor kunnen medewerkers veilig en locatie-onafhankelijk werken met zware engineering- en 3D-applicaties zoals Autodesk Revit, Scia en Technosoft, zonder in te leveren op prestaties.

De uitdaging lag in het migreren van een traditionele IT-omgeving met krachtige lokale werkstations naar een cloudplatform dat dezelfde prestaties levert voor complexe reken- en tekenwerkzaamheden. Lemontree ontwikkelde hiervoor een slimme opzet met afzonderlijke ‘Azure Light’– en ‘Azure Heavy’-werkplekken, waardoor prestaties en kosten optimaal in balans blijven.

De oplossing biedt IMd meer flexibiliteit, schaalbaarheid en beveiliging, inclusief disaster recovery, geavanceerde back-ups en bescherming tegen ransomware. Daarnaast kan de capaciteit dynamisch worden aangepast aan de actuele behoefte, wat investeringen in hardware vermindert en de operationele kosten beheersbaar houdt.

Volgens de nominatie onderscheidt het project zich doordat IMd als een van de eerste constructieve ingenieursbureaus in Nederland zware CAD- en rekentoepassingen succesvol vanuit een cloudwerkplek laat draaien, waardoor medewerkers overal kunnen werken en de organisatie klaar is voor verdere groei en digitalisering.

STEM OP DEZE NOMINATIE

Microsoft Scout zet volgende stap naar autonome AI-assistenten: van Copilot naar always on digitale collega

Microsoft Scout zet volgende stap naar autonome AI-assistenten: van Copilot naar always on digitale collega

Microsoft presenteert Scout: een 24/7 AI-assistent die zelfstandig werkt

Microsoft heeft tijdens Build 2026 een nieuwe generatie AI-assistenten aangekondigd onder de naam Scout. Waar Microsoft Copilot vooral reageert op vragen en opdrachten van gebruikers, is Scout ontworpen als een proactieve digitale assistent die zelfstandig taken uitvoert, prioriteiten stelt en gebruikers ondersteunt zonder voortdurende menselijke aansturing. Volgens Microsoft vormt Scout de eerste stap richting een toekomst waarin AI-agents functioneren als volwaardige digitale collega’s.

Scout maakt onderdeel uit van Microsoft’s bredere Autopilot-strategie, waarin AI-agents niet langer alleen antwoorden geven, maar zelfstandig acties ondernemen binnen bedrijfsprocessen. De technologie wordt momenteel getest bij duizenden Microsoft-medewerkers en is in preview beschikbaar voor een beperkte groep zakelijke klanten in de Verenigde Staten.

Wat is Microsoft Scout?

Volgens Microsoft verschilt Scout fundamenteel van de huidige generatie AI-chatbots. Waar Copilot vooral binnen afzonderlijke applicaties opereert, krijgt Scout toegang tot bredere context uit Microsoft 365, waaronder Outlook, Teams, OneDrive en agenda-informatie. Hierdoor kan de assistent zelfstandig werkzaamheden uitvoeren zoals:

  • Vergaderingen plannen en verplaatsen;
  • E-mails opstellen en opvolgen;
  • Declaraties verwerken;
  • Acties uit Teams-gesprekken opvolgen;
  • Relevante documenten verzamelen;
  • Agenda’s optimaliseren op basis van afspraken en reistijd.

Microsoft beschrijft Scout als een “always-on” assistent die continu op de achtergrond actief is. Daarmee verschuift AI van een reactief hulpmiddel naar een proactieve digitale medewerker.

Van AI-assistent naar AI-agent

De introductie van Scout past binnen een bredere trend die momenteel zichtbaar is bij vrijwel alle grote technologiebedrijven. Gartner voorspelt dat autonome AI-agents de komende jaren een groot deel van routinematige kenniswerkzaamheden kunnen overnemen. Microsoft positioneert zich nadrukkelijk in deze ontwikkeling met een strategie die tijdens Build 2026 volledig draaide om zogenoemde agentic AI.

In plaats van een gebruiker stap voor stap te begeleiden, krijgt een agent een doelstelling. Vervolgens bepaalt de AI zelfstandig welke acties nodig zijn om dat doel te bereiken. Microsoft noemt dit de overgang van “AI-assistance” naar “AI-delegation”.

Voor organisaties betekent dit dat repetitieve taken steeds vaker automatisch kunnen worden afgehandeld, terwijl medewerkers zich richten op besluitvorming, controle en uitzonderingssituaties.

Veiligheid en governance blijven cruciaal

De introductie van autonome AI-agents roept tegelijkertijd vragen op over beveiliging, privacy en governance. Microsoft benadrukt daarom dat Scout gebruikmaakt van bestaande beveiligingsplatformen zoals Microsoft Purview, Microsoft Defender en aanvullende sandbox-technologieën om risico’s te beperken.

Dat is geen overbodige luxe. Onderzoek naar agentic AI laat zien dat autonome systemen nieuwe aanvalsvectoren introduceren, waaronder prompt-injection-aanvallen, ongeautoriseerde tooltoegang en geautomatiseerde misbruikscenario’s. Security-experts wijzen erop dat organisaties daarom duidelijke beleidsregels moeten opstellen voordat agents zelfstandig toegang krijgen tot bedrijfsdata en bedrijfsprocessen.

Microsoft investeert daarom fors in Security Copilot en autonome security-agents die dreigingen kunnen detecteren, analyseren en in sommige gevallen zelfstandig kunnen afhandelen.

Concurrentiestrijd tussen Microsoft en Google versnelt

Met Scout begeeft Microsoft zich in een directe concurrentiestrijd met Google, dat eveneens werkt aan steeds autonomere AI-assistenten binnen zijn Gemini-ecosysteem. Beide technologiebedrijven proberen een platform te bouwen waarin AI niet langer een losse applicatie is, maar een permanente digitale assistent die gebruikers gedurende de gehele werkdag ondersteunt.

Analisten zien de ontwikkeling als een logische volgende fase in de AI-markt. De eerste golf draaide om generatieve AI en chatbots. De tweede golf richt zich op copilots. De derde golf bestaat uit autonome agents die daadwerkelijk taken uitvoeren en workflows beheren.

Wat betekent Scout voor organisaties?

Voor IT-afdelingen en organisaties die al investeren in Microsoft 365, Copilot en automatisering biedt Scout potentieel aanzienlijke productiviteitswinst. Vooral administratieve processen, planning, communicatie en kennismanagement kunnen verder worden geautomatiseerd.

Tegelijkertijd vereist de inzet van autonome agents een volwassen governance-model. Organisaties zullen moeten bepalen welke bevoegdheden een AI-agent krijgt, welke gegevens toegankelijk zijn en hoe menselijke controle wordt geborgd.

De introductie van Scout laat vooral zien dat Microsoft verder kijkt dan traditionele AI-chatbots. Het bedrijf zet nadrukkelijk in op een toekomst waarin digitale agents functioneren als virtuele medewerkers die zelfstandig werkzaamheden uitvoeren. De komende jaren zal moeten blijken of organisaties klaar zijn om die digitale collega’s daadwerkelijk een plek te geven binnen hun dagelijkse bedrijfsvoering.